Document sans nom
LUX
Solutions-magazine





Juni 2008

La rédaction
Lu 642 fois



Sinds 1 juni vervangt het elektronische vliegticket het papieren ticket. Daarmee komt een einde aan een gebruik dat teruggaat tot de jaren twintig, het tijdperk van de eerste luchttransportverbindingen. Het milieu vaart er wel bij. Maar de elektronische overstap staat vooral synoniem voor besparingen

Deze symbolische stap herinnert ons eraan dat er nog veel inspanningen te leveren zijn. Zowel om het papierverbruik te beperken, als om recyclage in de hand te werken.
Het eerste elektronische ticket werd ingevoerd in 1994, maar het gebruik van standaardtickets steeg verder om een maximum te bereiken van 285 miljoen in 2005. Het is duidelijk: de overgang van papier naar elektronisch gebeurde stap voor stap. Toen in 1997 de IATA (International Air Transport Association) standaarden invoerde voor elektronische tickets, vertegenwoordigden die nog maar 19% van het totaal aantal uitgereikte tickets.


In 2004 nam IATA de beslissing om op 1 juni 2008 over te stappen naar 100% elektronisch. Ze houdt daarbij rekening met terroristische dreigingen en de prijsstijging per vat – destijds op 40 USD… De verwachtingen liggen eerder bij een kostendaling dan bij milieubeschouwingen. De berekeningen zijn relatief eenvoudig: de verwerkingskost van een papieren ticket bedraagt ongeveer 10 USD, dat van een elektronisch ticket mag men delen door tien. Vandaag, met een olieprijs van meer dan 130 USD per vat - die bepaalde analisten zelfs de drempel van 200 USD zien overschrijden - is de besparing uiteraard welkom.

Maar het elektronisch biljet staat niet alleen voor kostenbesparing. Het maakt ook nieuwe diensten mogelijk Het kan eenvoudig aangepast worden en klanten hoeven niet langs een agentschap te gaan om een nieuw ticket. Bovendien kan men de instapkaart online afwerken of via een mobiel toestel

Het concept van ‘paperless office’ werd gelanceerd in 1975 in een artikel van het tijdschrift BusinessWeek met als titel “The Office of the future”. Drieëntwintig jaar later stijgt het papierverbruik alleen maar, op enkele uitzonderingen na toch…

In 1975, meldt het onderzoeksbureau RISI, verbruikte een Amerikaanse bediende gemiddeld 28 kg papier per jaar. Vandaag ligt dat verbruik eerder op 60 kg. Nog steeds in de VS schat IDC anderzijds, dat Amerikaanse bedrijven 1 500 miljard pagina’s uitgeprint hebben in 2007. Alleen al op het vlak van papier is dat een kost van ongeveer 8 miljard USD.

We verbruiken dus steeds meer papier. In Europa schommelt de stijging van de ene staat tot de andere tussen 2 en 4%. Nochtans wordt één op de drie geprinte documenten weggegooid zonder het gelezen te hebben. En praktisch de totaliteit van wat men leest, wordt eerst nog afgedrukt…

Onze gewoonten veranderen? Snel gezegd! Het aantal afdrukken naar beneden halen, dat wil zeggen dat we onze processen in vraag moeten stellen – en nog erger: onze gewoonten. De leveranciers van printsystemen worden vaak als de grote schuldigen aangeduid, maar ze zijn onmachtig. Ze worden niet gehoord. Waar dient het voor, betreuren ze, om voor te stellen om de processen te herbekijken, als de discussie uiteindelijk toch zal neerkomen op het kortingspercentage toegekend op het materiaal? Kortom, men muggenzift over de prijs, maar houdt geen rekening met de kost.

We zijn allemaal verantwoordelijk, allemaal fout. Maar er zijn ook – eerder zeldzame – initiatieven van organisaties die echt een gestructureerd project opstartten. Ze willen het aantal afdrukken verminderen door verschillende stappen te integreren: de standaardprogrammering van de toestellen in recto-verso, een vrijwillige aanpak, een interne sensibilisatiecampagne en het opstarten van selectief sorteren.

Minder papier, da’s eerst en vooral een herziening van de manier waarop we communiceren, informatie uitwisselen. En op dat vlak zijn we allemaal fout!

Vandaag is het tijdens audits bij constructeurs helemaal niet uitzonderlijk om te constateren dat e-mails meer geprinte pagina’s genereren dan Word- of Excel-documenten. Die e-mails worden heel vaak gerangschikt in dossiers om later behandeld te worden.

De audits maken de chaos duidelijk. Hoeveel afdrukken worden niet gewoon op de machines achtergelaten, zonder te spreken over press reviews die massaal geproduceerd worden, maar nooit gelezen worden, rapporten die in veel te veel exemplaren gedrukt worden en nooit verspreid worden…
Nochtans zijn het niet de oplossingen die ontbreken. Tools zoals Watchdog, Colombus of Equitrac installeren zich op de printserver en regelen de afdrukken. Ze beperken de kleur, promoten de draftafdruk of blokkeren te grote documenten. Ze worden zelfs geacht om regels in te stellen gebaseerd op een combinatie van verschillende parameters zoals het profiel van de gebruiker, het type document, het formaat of zijn inhoud.


Nouveau commentaire :