LOUIS COLLET
In dienst van klanten, die zelf in dienst staan van burgers. Door permanent te innoveren. Zonder taboe spreekt Louis Collet, ICT Manager bij de FOD Financiën, over outsourcing, over cloud computing. Maar ook over de relatie die de ICT-service heeft met de business, over de verantwoordelijkheden die gedeeld worden. Sleutelwoord: waarde.
° Kunnen we vandaag zeggen dat het profiel van CIO in de publieke sector anders is dan dat van CIO in de privésector?
“Zoals mijn collega’s bij de andere FODs heb ik een mandaat van zes jaar, met elke twee jaar een evaluatie door de voorzitter van het directiecomité, in dit geval Hans D’Hondt, en de minister. Ik heb dus verbintenissen in termen van resultaten. In die zin meen ik dat mijn statuut als CIO nauwelijks verschillend is van dat van collega’s in de privésector... Dit streven naar responsabilisering dateert van 2001 en maakt deel uit van de COPERNICUS-hervorming. Die was erop gericht om alle noodzakelijke veranderingen op het vlak van personeel, IT-middelen en werkmethoden te definiëren om een betere werkomgeving te creëren voor de ambtenaren en uiteindelijk een betere dienstverlening te bieden aan de burgers. En dat is heel goed. In Nederland ging men nog een stap verder door het mandaatprincipe uit te breiden tot de verantwoordelijken voor de ontwikkeling en de operations. Persoonlijk had ik liever gezien dat dat in België ook zo was. Mijn positie zou... comfortabeler zijn!”
° De beperkingen van een CIO in de publieke sector zin niettemin verschillend, al was het maar door de context van openbare aanbestedingen?
“Dat is waar. Hoewel ik ruime ervaring heb dankzij enkele honderden openbare aanbestedingen in de loop van mijn carrière, merk ik dat de aankoopfunctie steeds meer juridisch wordt. Die trend is trouwens niet typisch voor openbare aanbestedingen. Het toont de evolutie van de maatschappij in het algemeen. Vandaar een sterke rechtspraak die zich laat vertalen door een groeiende complexiteit. En omdat we moeten werken op basis van vaste deadlines en prijzen, kunt u zich de beperkingen van het systeem indenken...”
“Zelfs als er maar één handtekening ontbreekt, wordt het aanbod automatisch afgewezen. Dat zal ook zo zijn als het iets hoger ligt dan het mandaat van de signataris. We hebben ook bepaalde offertes moeten uitsluiten met bedragen die – per vergissing – in dollar genoteerd stonden... Dat is de wet! Voor onze kandidaat-leveranciers is dat zeer frustrerend omdat de voorbereiding van een offerte verschillende weken werk kan vergen. Ik stel ook vast dat men steeds meer naar de Raad van State trekt. De striktheid mag wel nodig zijn, maar soms heb ik het gevoel dat we steeds meer tijd nodig hebben voor de vorm van dossiers, ten koste van de inhoud, en dat brengt ons verder weg van onze beginmissie.”
° Hoe definieert u inderdaad uw missie?
“Wij staan in dienst van onze gebruikers, onze interne klanten, om hen te helpen om zich zelf in dienst te stellen van hun eigen klanten, met name de burgers. Een duale relatie die zeer gezond is. Wij nemen deel aan het verbeteren van de service, we stellen ontwikkelingspistes voor terwijl we zorgvuldig de pistes analyseren die bij de business naar boven komen.”
“Belangrijk blijft het goed verdelen van de verantwoordelijkheden. Terwijl wij instaan voor de ontwikkeling en de productie, liggen de functionele analysefasen bij de business. Volgens mij zijn zij het best geplaatst om een applicatie te beoordelen, en dus onze ontwikkelingen te testen en te valideren. Alhoewel het absoluut noodzakelijk is, is de betrokkenheid van de business niet altijd evident. Of goed aanvaard. Het is extra werk, merk ik. Maar het is ook een bron van productiviteit, efficiëntie en comfort nadien...”
° Wat met de budgetten? Vraagt men u ook meer te doen met minder?
“Sinds COPERFIN hebben we grote projecten kunnen realiseren, grote hervormingen waarbij de ICT letterlijk de ijsbreker was. Meer nog dan een technische uitdaging, was het een organisatorische of culturele uitdaging. We hebben net zozeer de technische als de businessmensen erbij moeten betrekken.”
“De budgetten volgden omdat ambitieuze doelstellingen werden vastgelegd. En gehaald. Voor de hervorming hadden we vijf datacenters met mainframes van drie verschillende merken en teams die op hun eiland werkten. We hebben gerationaliseerd. Dat vertegenwoordigde al een gigantisch integratiewerk.”
“Zullen we in de toekomst nog budgetten hebben met de bezuinigingsmaatregelen die voor ons liggen? Dat weet ik niet. Maar als we de fiscale fraude willen verminderen, die een groot deel van onze activiteit vertegenwoordigt, zullen nieuwe investeringen nodig zijn. We beschikken over enorme hoeveelheden gegevens, maar we moeten het circuleren ervan tussen administraties vereenvoudigen, er alle rijkdom en dus intelligentie uit halen. Het is een eindeloze race.”
° In welk type projecten worden die inspanningen geconcretiseerd? En in welke voordelen voor de burgers worden die vertaald?
“Meer eenvoud, meer efficiëntie. Het project STIPAD bijvoorbeeld, dat volledig operationeel zal zijn begin 2012, illustreert die trend goed. Dit systeem van geïntegreerde verwerking van erfgoeddocumentatie concretiseert een integratie van services en de modus operandi; de integratie van databases en bestanden gebruikt door de afzonderlijke specifieke applicaties - Kadaster, Registratie, Domeinen en Hypotheken. Het doel was om de geografische, juridische en statische domeinen van de erfgoeddocumentatie te integreren in samenwerking met de betrokken publieke en privé-actoren, met name de regio’s, de gemeenten en de andere publieke organismen, maar ook de notarissen, de architecten, de landmeters en ten slotte te burgers. Een ‘one stop shopping’ kortom om de prestaties te verbeteren: kortere termijnen, versterking van de juridische beveiliging, toegang tot informatie volgens de regels van de bescherming van het privéleven en een antwoord op de evolutie van de professionele actoren. Een enorm terrein, geloof me, waarbij we de afdelingen in kaart gebracht hebben die direct betrokken zijn, intern, ongeveer 4.000 ambtenaren. Echte BPR!”
° Wordt de CIO geen ‘integrator van services’, gebaseerd op een statusverandering van ‘producent’ naar ‘manager’?
“Bij de FOD Financiën beheren we wat we produceren. Volgens mij is het vooral de vraag om te weten wat we nog moeten beheren... Moeten we bijvoorbeeld nog instaan voor de jaarlijkse hernieuwing van 6.000 pc’s? Neen! Moeten we de Service Desk nog op ons nemen? Tot vandaag doen we dat. Maar is dat gerechtvaardigd? Dat verdient enige reflectie. Net hetzelfde voor het netwerk. Men kan zich evengoed een netwerk en telefonie indenken op basis van een flat fee. Er zijn geen taboes!”
° Outsourcing, maar hoever? Zou het datacenter uit uw actieveld kunnen verdwijnen? Zou u kunnen kiezen voor een aanpak van het type ‘cloud’?
“Laten we beginnen met de actiezones te identificeren waar we waarde kunnen genereren. Na onze infrastructuur gerationaliseerd te hebben rond één enkel datacenter, dat we volkomen controleren, stelt de vraag zich of we dat noodzakelijkerwijs verder moeten beheren. Ik denk het niet. De outsourcingkwestie is zinvol. Ook via de cloud... Maar moeten we die weg inslaan? Zeer gevoelig onderwerp! Het datacenter blijft het hart van onze ‘datafabrieken’. Vandaag zijn we psychologisch gezien niet klaar om dat management over te laten, sterk nog: in de cloud. Maar dat gezegd zijnde, mogen we de vraag niet wegschuiven. In die zin heb ik dezelfde vraagtekens als mijn collega’s uit de banksector...”
“Over het algemeen ben ik voorstander van een outsourcing van taken die geen waarde genereren. Als een nutsservice intern wordt geleverd, en er geen incident is, en dus geen degradatie, haal ik er geen voordeel uit. In tegendeel, bij het kleinste incident zal ik gebeld worden. Het is een spel waarbij men enkel kan verliezen in die zin dat er niets te winnen valt. Nochtans is het net ons doel om te winnen, in kwaliteit, in efficiëntie, in flexibiliteit... Laat ons duidelijk zijn: onze waarde ligt in de projecten. We hebben de ervaring om ze uit te voeren, ze te managen. We kennen de afdelingen. We zijn er om ze te begeleiden, ze te adviseren. En uiteindelijk waarde te creëren.”
° Hoe wordt de ICT-directie gezien in een FOD? Als een ‘dienstenleverancier’? Of als een ‘actor voor verandering’?
“Een actor voor verandering, een initiator van projecten. Onze rol is fundamenteel geweest in COPERFIN. In bijna negen jaar hebben we een enorm werk verzet. We hebben echt geïnnoveerd... Anderzijds struikelen we nog altijd over issues rond het statuut. Terwijl we diensten moeten leveren die 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 beschikbaar zijn, zoals Tax-on-web, kunnen we ons personeel niet betalen voor prestaties buiten de uren van de Administratie. Ik moet dus rekenen op goede wil, de inzet van mijn medewerkers. Het is duidelijk dat we daar nog een weg af te leggen hebben!”
° Hoe wordt de ICT-service cultureel en operationeel gezien in de publieke overheid?
“Op dezelfde manier als in de privé! Nog maar eens hangt alles af van de waarde die we genereren... Zegt men niet dat de CIO de minst geapprecieerde persoon is in een organisatie? Dat is geen boutade. Als u zich tevreden stelt met ondersteuning, zal u niet graag gezien zijn. Vandaag moet men de motor zijn, anticiperen en deelnemen aan verandering. Dan, en alleen dan, zal u respect oproepen… en, vooral, de middelen hebben voor uw ambities!”
|
 |
Abonneert u op Solutions magazine - The business technologies magazine in Belgium
Abonneert u |
|