|
|||||
Naar eco-verantwoordelijke… en eco-nomische parken!Rédigé par De rédactie le Lundi 21 Décembre 2009
Lu 391 fois
Drie grote parallelle werken: de parken vernieuwen met ‘groene’ werkstations, het elektriciteitsverbruik van het aanwezige materiaal optimaliseren met behulp van gespecialiseerde software en de gebruikers mobiliseren.
De werkstations slorpen 39% van de elektriciteitsfactuur van het informatiesysteem van de bedrijven op, weet Gartner. En dat terwijl de analisten ons verzekeren dat dit verbruik makkelijk door twee is te delen. Hiervoor volstaat het om de werkstations af te sluiten als het bedrijf sluit, geen “schermbezuinigers” te gebruiken maar in plaats daarvan het scherm op waakstand te zetten en gebruik te maken van een van de vele softwareproducten voor het beheren van energie, die op de markt beschikbaar zijn!
Een bedrijf met een park van 2.500 werkstations (50% vaste posten en 50% draagbaar materiaal, dat 8 uur per dag en 230 dagen per jaar wordt gebruikt) kan tot 43% energie besparen, zo berekende het bureau. Als ze dat willen tenminste… Want dat is de hele vraag. Voor Accenture houdt het verbruik inderdaad verband met twee parameters: de mate van veroudering van het informaticapark en het gedrag van de gebruikers. Volgens de studies is het jaarlijks verbruik van een pc en zijn randapparatuur, waaronder de printer, goed voor gemiddeld 361 kWh tot 878 kWh per persoon per jaar. De centrale vaste pc’s souperen geheel alleen één derde van deze energiefactuur op. En twee derde van dit verbruik vindt plaats zonder dat het materiaal daadwerkelijk wordt gebruikt. En dat terwijl de elektriciteitsfactuur maar blijft stijgen. > De inspanningen van de bedrijven om het beheer van hun informaticasystemen te verbeteren, blijven “in grote mate onvoldoende”, luidt het oordeel van Devoteam Consulting, die de Europese markt ondervroeg. Slechts één IT-directie op vijf (21%) zou al initiatieven hebben gelanceerd om de energieprestaties van zijn informatiesysteem op punt te stellen. De energie, natuurlijk. Maar ook de conceptie
We denken eerst en vooral aan de processor. Terwijl een standaard pc van vijf jaar oud tot 60% van de verbruikte elektriciteit verspilt aan warmte, verspilt een “groene” pc die het lastenboek Energy Star 4.0 respecteert maar 20% van de verbruikte energie. Maar het logo zegt niet alles. Je moet ook nog de energie-efficiëntie van de voeding bekijken.
Tegenwoordig bedraagt de efficiëntie van de meeste elektrische voedingen niet meer dan 60%. Dit betekent dus dat 40% van de verbruikte elektriciteit wordt verspild aan verwarming… De fout is voornamelijk te wijten aan de dubbele voltage – 110 en 220 volt – die de wereld in twee verdeelt en waar polyvalente en dus minder efficiënte elektrische voedingen voor nodig zijn. Met het 80plus-programma moet de efficiëntie van een elektrische voeding minstens 80% bedragen. Met een rekenmodule op zijn website kan je de mogelijke besparingen berekenen van het gebruik van een meer efficiënte voeding voor het geheel van een pc-park en de servers. En zo komt het dat de energetische efficiëntie van de OptiPlex-werkstations van Dell al met meer dan 50% is verbeterd sinds 2005 en dat de Latitude-portables sinds 2006 16% zuiniger zijn. En Dell belooft het volgend jaar nog beter te doen… HP garandeert een efficiëntie van 89% voor zijn nieuwe Compaq 6000 Pro. Een krachttoer die gedeeltelijk steunt op de toevoeging van temperatuursondes en een systeem dat de ventilatie versnelt; beide worden geprogrammeerd in functie van verschillende criteria. Kers op de taart: de softwareproducten Power Manager en Remote Power Management Agent. Tot hoever kunnen de besparingen gaan? Als de technologieën niet radicaal veranderen zal de vooruitgang beperkter zijn. Tenzij er wordt voorgesteld, zoals Lenovo dat doet, om de werkposten te voeden via een zonnepaneel – in optie. > De schermkeuze wordt vaak verwaarloosd. Een kathodestraalbuis van 21-inch verbruikt tussen 150 en 300 W/u al naar gelang de kwaliteit en een 17-inch scherm verbruikt tussen 75 en 170 W/u. Ter vergelijking, een plat scherm van 17-inch verbruikt maar tussen 50 en 100 W/u en een plat scherm van 15-inch tussen 25 en 60 W/u. Nieuwe pc’s of Thin Clients?
Het park vernieuwen is de meest evidente optie. Terwijl een centrale eenheid van de oude generatie van 100 tot 300 W/u verbruikt, zijn de recentere pc’s het zichzelf verplicht om 65 W/u niet te overschrijden als ze Energy Star 4.0 gecertificeerd zijn. De gemiddelde winst bedraagt 30 tot 40%. Dit zal nog vooruitgaan met de introductie van de Energy Star 5.0 in juli.
Met 5,6 W/u is de S10 van Wyse een goede kandidaat om de verouderende pc-parken te vervangen. De kleinere thin clients verbruiken bovendien minder energie en materialen bij fabricatie, terwijl hun recyclageniveau 90% kan bedragen. Met een thin client laten de gebruikers die stoppen met werken de rekenkracht over aan andere gebruikers, brengt Sun in herinnering. Zijn Sun Ray 2 verbruikt maar 4 W en het equivalent aan de kant van de server als hij verbonden is met een server Ultrasparc TI. Het gaat om besparingen maar ook om een andere manier van functioneren. In het client-servermodel dat ze gebruiken zijn de toepassingen, de gegevens en de verwerkingskracht op niveau van de server en niet van het werkstation, zo brengt Fujitsu in herinnering. In tegenstelling tot traditionele computers bevatten thin clients geen enkel mobiel onderdeel zoals een ventilator, een harde schijf of een optische schijflezer. Het gevaar op een panne ligt hierdoor 75% lager dan bij een gewone pc, aldus HP. > Een PC verbruikt… en deelt niet, bewijst Sun. Zijn kracht wordt maar zelden opnieuw gebruikt als de gebruiker er niet is. Met een thin client daarentegen laten de gebruikers die stoppen met werken de rekenkracht over aan andere gebruikers. Virtualiseren… om een te gering gebruik van hardware uit te sluiten
Virtualiseren is duur maar brengt ook erg veel op. Door te virtualiseren, zo verzekert VMware, kan je de kosten en het energieverbruik verminderen met 80 tot 90%.
Vandaag wordt maar tussen 8 en 15% van de meeste servers en werkstations gebruikt als ze aan staan, toont de virtualisatiespecialist. Toch verbruiken de meeste uitrustingen x86 tussen 60 en 90% van de voeding van een normale belasting, zelfs als ze inactief zijn. De virtualisatie biedt geavanceerde functies voor het beheer van geheugen en middelen. Deze maken consolidatieniveaus mogelijk van 15:1 of meer, wat het gebruik van de hardware met bijna 85% doet stijgen. Als de server is gevirtualiseerd, controleert de functie Distributed Power Management (voedingsbeheer) het gebruik over het volledige datacenter. Hij schakelt ook nutteloze servers op intelligente wijze uit, zonder de toepassingen of de gebruikers te beïnvloeden. Virtual Iron, die de hypervisor van de virtuele open-source machine Xen in het hart van zijn virtualisatiesuite heeft geplaatst, biedt aan om de fysieke machines, die ontdaan zijn van iedere virtuele machine, automatisch uit te zetten. Als de volledige processorcapaciteit de noden overstijgt, neemt zijn software LivePower het op zich om de virtuele machines te consolideren over een lager aantal servers. Integendeel, als de werklast verhoogt, reactiveert de toepassing het aantal vereiste servers… > De energiebesparingen komen niet alleen voort uit een geringere nood aan servers, netwerkschakelaars enz., maar ook uit een geringere nood aan afkoeling van de warmte die door het IT-materiaal wordt opgewekt. De energie die nodig is om af te koelen komt gewoonlijk overeen met de energie die de warmte opwekt. Specifieke software om de bronnen van besparing te beheren
Niet alle bedrijven kunnen het zich permitteren om hun park te vernieuwen om het verbruik te verminderen. Zeker omdat een andere factor op de proppen komt: het gedrag van de gebruikers. Of deze nu over recent materiaal beschikken of niet, 60% van de gebruikers laten hun pc ’s nachts aan staan!
Uitgevers gespecialiseerd in het beheer van informaticaparken, die zich realiseren hoe belangrijk deze zowel economische als ecologische benadering is voor bedrijven, hebben bijna allemaal een module “energiebesparing” aan hun software toegevoegd. Dit is met name het geval voor BDNA, Criston en Symantec. Anderen zoals DotGreen en Visionsoft zijn ontstaan om specifiek aan deze behoefte te beantwoorden. Via een scorebord kan de winst dagelijks worden bijgehouden. Sommigen simuleren zelfs de vernieuwing van het gedeeltelijke of volledige park om de potentiële winst en de ROI van het project te berekenen. Anderen sensibiliseren de gebruikers door de effectieve gebruikstijd weer te geven in vergelijking met de totale activeringstermijn. Met PowerOut van Visionsoft kan een parameter op afstand worden bijgesteld. Het is ook mogelijk om de voedingsopties van alle pc’s van een netwerk te beschermen. Het is dus mogelijk om de pc’s zo te configureren dat ze op waakstand worden gezet of automatisch worden uitgeschakeld vanaf een bepaald uur als ze inactief zijn en om het uur te programmeren waarom bepaalde stations opnieuw moeten opstarten of uitgesloten worden. Avob stelt voor om het gedrag op het vlak van elektriciteitsverbruik in de gaten te houden. Op deze manier stuurt ieder station zijn parameters van het elektriciteitsverbruik in actieve modus en in waakstand, zijn toestand op het moment dat de informatie wordt verzameld (in waakstand, actief, gebruiksniveaus van het vermogen), enz., naar de serversoftware Energy Viewer. Deze tool steunt ook op de Energy Star-gegevens wanneer de machine gelabeld is. Avob verkrijgt zo een energetische kaart van de stations met een opvolging die bijna in reële tijd gebeurt omdat de software de machines iedere 30 seconden scant. > De behaalde besparingen kunnen dagelijks worden opgevolgd. Sommige types software gaan zover dat ze de vernieuwing van het volledige park of een gedeelte ervan simuleren om de mogelijke winsten en de ROI van het project te berekenen. Andere maken de gebruikers bewust door de effectieve gebruikstijd te tonen in vergelijking met de totale activeringstermijn. Onze – slechte – gewoontes veranderen
Buiten de puur technische aspecten moeten we absoluut onze slechte gewoontes veranderen. Een centrale eenheid werkt gemiddeld 17,8 uren per werkdag per jaar, en een scherm 11,2 uren per werkdag!
Deze cijfers zijn verwonderlijk omdat alle moderne computers en alle beheersystemen het sinds jaren mogelijk maken om een computer in waakstand te zetten als hij niet wordt gebruikt. Hiervoor volstaat het om het voedingsbeheer in Windows in te stellen. Door het scherm automatisch op waakstand te laten springen en de harde schijven stil te zetten na enkele minuten, en vervolgens de verlengde waakstand na een langere tijdspanne, kan je tot 60% besparen op het elektriciteitsverbruik van het scherm en 50% op die van de centrale eenheid… HP heeft berekend dat als slechts 12 gebruikers de energiebesparende functies van hun pc activeren, de vermindering van de CO2-uitstoot overeenkomt met het uit circulatie halen van een voertuig (deze berekening houdt rekening met de CO2 die werd verbruikt voor het produceren van elektriciteit)… Deze grootteordes laten niemand onverschillig. Ze “illustreren” heel goed welke inspanningen nodig zijn. De adviesbureaus zeggen met aandrang dat dit een noodzaak is. Vaak werden gebruikers inderdaad niet attent gemaakt op de winst die ze zullen maken als ze hun gedrag aanpassen. Daarom is het zo belangrijk dat gebruikers worden opgeleid en dat er wordt gecommuniceerd. Het is van belang dat deze aanpak niet wordt overgelaten aan de IT-directie, omdat de winsten die binnen het bedrijf worden gerealiseerd makkelijk zijn te vertalen naar de elektriciteitsrekening thuis… Concreet zijn er verschillende manieren om de boodschap tot bij de gebruikers te krijgen. Dit gaat van het kleven van stickers op het scherm om te herinneren aan de goede gebruiken tot het regelmatig versturen van e-mails die aan deze gebruiken herinneren. Tenslotte kunnen er “Green IT”-dagen worden georganiseerd: het aantal computers dat werd uitgezet, wordt geteld en de volgende dag al wordt er bericht over de behaalde besparing. Het katalysatoreffect is enorm: letterlijk iedereen wordt aangezet om zich beter te gedragen en dit gaat gepaard met een zekere fierheid. > Gewoonlijk bundelt een Green IT-benadering de energie in bedrijven. Ze concentreert zich rond drie grote pijlers: de verzoening van economische en maatschappelijke verantwoordelijkheden, het installeren en promoten van “groene” regels en tenslotte de vermindering van het elektriciteitsgebruik. Vervangen… voordat het begint te kosten, luidt het voorstel van Gartner
Niets is gemaakt om eeuwig te blijven bestaan. In de informatica geldt deze regel nog meer dan elders. Volgens Gartner moeten we ons baseren op de noties van tijd, competitief voordeel door weldoordachte investeringen en tenslotte moeten we rekening houden met kosten die verband houden met de maturiteit, ja zelfs de economische veroudering van de informatica-activa. “Veel te weinig bedrijven hanteren een beredeneerde aanpak van investeringsbeperking voor hun informaticamateriaal,” constateert Brian Gammage, Gartner Fellow.
Terwijl het meer dan ooit tijd is om over de kosten te waken en te bekijken welke reële bijdrage de technologieën leveren aan het prestatievermogen van het bedrijf, “is het kritisch om precies te bepalen wanneer materiaal moet worden afgedankt en vervangen en wanneer er opnieuw geïnvesteerd moet worden,” verkondigt deze consultant met grote stelligheid. Hij introduceert hiervoor een tool die de naam “IT Market Clock” meekreeg. Verschillend van het “Magic Quadrant” en van de “Hype Cycle”, die eerder belang hechten aan het beschrijven van de staat van het park om te weten waar er geïnvesteerd moet worden, wil deze “pendule” van Gartner IT-verantwoordelijken helpen bij het beheren van hun park in functie van de levenscyclus van de activa binnen het bedrijf zelf en met het oog op wat er gebeurt op de markt.
De “Market Clock” onderscheidt vier fasen in deze cyclus: de komst van een actief dat een competitief voordeel oplevert; het begin van de veralgemening (wanneer een technologie wordt aangenomen door 20 tot 50% van de markt) die het mogelijk maakt om de keuzes te verfijnen; de echte en massieve veralgemeningfase waarbij de prioriteit moet gaan naar de kostenbewaking; de vervangingsfase die onmisbaar wordt.
De oefening bestaat erin dat men ieder actief van zijn park positioneert (of het nu gaat om materiaal of toepassing) op deze wijzerplaat in functie van zijn maturiteitsniveau; dat men er een evaluatie van de tijd aan toevoegt die deze activa nog hebben om naar de volgende fase over te gaan: de fase die hun kost vermindert (generalisatie, standaardisatie) of hun kost verhoogt (moeilijk onderhoud, zeldzaamheid van de vaardigheden). Als je dit bijvoorbeeld toepast op werkstations en de respectievelijke situatie bekijkt van desktops en notebooks, ja zelfs thin clients, hebben de eersten twee tot vijf jaar om in de beslissende fase van economische veroudering te belanden, terwijl de tweeden het nog meer dan tien jaar zouden moeten uithouden. Wat de verouderde beeldschermen met kathodestraalbuis betreft, deze zouden allemaal door LCD-schermen moeten worden vervangen binnen twee tot vijf jaar.
De boodschap luidt dus: vervangen voordat het geld kost. Door nieuwe werkstations te kopen kan de energiefactuur gevoelig worden verminderd – de werkstations verbruiken 39% van de elektriciteitsfactuur van het informatiesysteem van bedrijven. Dit gezegd zijnde rechtvaardigt het Gartner-model zich volop op economisch vlak, een analyse van de levenscyclus van een pc toont dat het merendeel van de vervuilingen (waaronder het energieverbruik) verbonden zijn aan de fabricatie- en recyclage-etappes. Hij zou dus zo lang mogelijk gebruikt moeten worden om het moment, waarop hij een stuk toxisch afval wordt, zo ver mogelijk van zich af te schuiven. De productie-, verkoop- en recyclagefases van een elektronisch stuk hardware hebben bovendien meer energie nodig dan de gebruiksfase…
Kortom, twee strategieën bekampen elkaar: macro-economisch en micro-economisch. Nouveau commentaire :
In dezelfde rubriek :
|
Ontvangt onze nieuwsbrieven
Hot Spot
|
||||






Windows Server 2008 R2... SP1 in zicht!






