De POWER 780 is het boegbeeld van de laatste lancering van IBM. Voor de eerste server POWER7 heeft Big Blue gekozen om zich te concentreren op de middenklasse. De eerste van de vier nieuwe modellen, die in februari werden gelanceerd, is in staat om tussen twee en acht processors POWER7 te ontvangen, met een snelheid van 3,8 GHz, of tussen 16 en 64 core processors. De POWER 780 biedt ook de optie om op te starten in een modus die TurboCore wordt genoemd. Concreet start iedere processor met activatie van maar de helft van zijn cores, maar met een frequentie van 4,1 GHz en ook met activatie van alle cache processors (met inbegrip van de cores in waakstandmodus). De modus TurboCore werd speciaal ontworpen om maximale prestaties te bieden zonder het aantal cores te vermeerderen – de metriek die sommige uitgevers gebruiken voor de facturatie van hun software).
Tot nu toe was alles duidelijk. Sinds een tiental jaren verdeelde de Unix-markt zich in vier: een kwart van de markt voor elk van de drie “majors”, HP, IBM en Sun; het laatste kwart is verdeeld in functie van de technische en commerciële kansen. Maar met een algemene trend: de erosie van het marktaandeel van Sun, die in het jaar 2000 nog een ruime voorsprong had op zijn concurrenten. Daarna is Sun achteruitgegaan en heeft het bedrijf ook geld verloren, dat werd opgestreken door Oracle. Terwijl deze laatste zich niet ziet als constructeur van allround servers, maar wel degelijk als verkoper van gespecialiseerde systemen waar het zijn eigen software op kan laten draaien. Dit doet dus veel vragen rijzen…
HP van zijn kant, slachtoffer van de fouten die Intel maakte met Itanium, laat op zich wachten. Hoewel het gamma Itanium 9300 vandaag wel verleidelijk is, stelt het evenzeer teleur. Tot 4 cores maximum, die elk twee programmathreads verwerken. Ter vergelijking, de nieuwe POWER7 van IBM heeft 8 cores aan boord, die elk 4 programmathreads verwerken. De frequentie van de 9300, van 1,6 tot 1,73 GHz, evolueert nauwelijks. IBM van zijn kant overschrijdt makkelijk de 3 GHz. Zelfs in het cachegedeelte van niveau 3 blijft de Itanium 9300 steken op 24 MB, terwijl de POWER7 over 32 MB beschikt!
Het is zo dat frequenties, aantal cores en aantal programmathreads niet alles zeggen over een chip. Dat neemt niet weg dat IBM een grote slag heeft geslagen die de markt van de Unix-servers voorgoed dreigt te veranderen. Maar IBM loopt ook een risico: dat hij de verkoop van zijn systemen uit de hoogste klasse POWER6 verdringt en geconfronteerd wordt met een stijging in kracht van de servers x86, de laatste chips die in staat zijn om te rivaliseren in de strijd om prestatievermogen die de POWER’s in gang hebben gezet.
En nu nog afwachten hoe de markt reageert. De wereld van de grote Unix-servers heeft niet veel te maken met die van de x86-servers, allen min of meer gelijkaardig. De confrontatie POWER7/Itanium lijkt op geen enkele manier op de competitie Intel/AMD. Migreren van een Unix-platform naar een ander is een complexe operatie, die bovendien nog veel kost; de keuze van een leverancier wordt vaak voor verschillende jaren gemaakt en houdt verband met één of meerdere kritische toepassingen en de competenties van de teams.